top of page
  • Instagram
  • X
  • Facebook

Hoe N-VA en Vlaams Belang homohaat instrumentaliseren

26 mei
5 minuten om te lezen

Terwijl de Europese Maand van de Diversiteit aan zijn einde komt, zakt België in de LGBTQ+-rechten Ranking. Die achteruitgang werd de voorbije weken in Vlaanderen en Brussel pijnlijk tastbaar. Opnieuw een signaal dat gelijke rechten geen verworvenheid zijn, maar een strijdveld.


Tijdens de Brussels Pride werden queer artiesten na hun optreden aangevallen door een groep jongeren. Volgens de slachtoffers ging het om een twintigtal minderjarigen die hen uitscholden, sloegen en vernederden terwijl ze terugkeerden naar hun wagen. In Turnhout werd dan weer een 14-jarige jongen slachtoffer van geweld omwille van zijn zijn seksuele geaardheid, feiten die bovendien werden gefilmd en verspreid op sociale media. Duidelijk geen losse incidenten, maar alarmsignalen over een samenleving waarin homohaat opnieuw zichtbaarder en brutaler wordt.



Wat daarna gebeurde, was minstens even veelzeggend. Plots wierpen partijen als Vlaams Belang en delen van de N-VA zich op als luidruchtige verdedigers van de queergemeenschap. Niet vanuit een consequente verdediging van LGBTQ+-rechten, maar vooral omdat de daders in sommige gevallen een migratieachtergrond hadden. Queer personen werden daardoor niet langer benaderd als mensen met rechten en bescherming die universeel moeten gelden, maar als politiek bruikbaar symbool in een bredere identiteitsstrijd.


Diezelfde dynamiek zagen we ook terug in de discussie rond “De foto van Vlaanderen”. Opnieuw ging het debat nauwelijks over de veiligheid of emancipatie van LGBTQ+-personen zelf. Maar verschoof de focus vrijwel onmiddellijk naar migratie, cultuur en “de Vlaamse identiteit”. Alsof queerrechten plots vooral relevant worden wanneer ze kunnen dienen als stok om op “de ander” te slaan. En precies daar wringt het fundamenteel.


Terug naar het Europees Parlement. Terwijl er net een moment van reflectie en politieke verantwoordelijkheid zou moeten zijn, was het debat rond een verbod op conversietherapie opnieuw een treffend voorbeeld. Praktijken die wetenschappelijk compleet ontkracht zijn en psychologisch zware schade veroorzaken, zouden in een moderne democratie eigenlijk geen discussie meer mogen zijn. Toch stemde Vlaams Belang tegen resoluties die opriepen tot een expliciet verbod op conversietherapieën. Ook de N-VA hield zich in dat dossier opvallend op de vlakte en onthield zich bij bepaalde stemmingen.


Ook figuren zoals Assita Kanko bevinden zich in dat spanningsveld. Kanko profileert zich vaak sterk rond individuele vrijheid, vrouwenrechten en mensenrechten, zeker wanneer het gaat over conservatieve religieuze invloeden. Maar net daar wordt de spanning zichtbaar tussen retoriek en consequent beleid. Want vrijheid verdedigen betekent ook dat je LGBTQ+-rechten ondubbelzinnig beschermt wanneer die juridisch onder druk staan, niet alleen wanneer ze passen binnen een breder discours over migratie of integratie.


Rechten zijn geen instrument om andere groepen te demoniseren. Ze zijn universeel, of ze betekenen uiteindelijk niets meer.

Voor Jongliberalen is dit geen academische discussie of politieke recupuratie, geen stijlfiguur of electorale positie, maar een principe dat staat of valt met de universaliteit van rechten. Wie begint te selecteren wie recht heeft op bescherming, wie mag liefhebben zonder politieke voorwaarde en wie zich veilig mag voelen in wetgeving, verlaat de kern van het liberale project. De queergemeenschap verdient beter dan gebruikt te worden als politiek wapen in een cultuurstrijd. Rechten zijn geen instrument om andere groepen te demoniseren. Ze zijn universeel, of ze betekenen uiteindelijk niets meer.


Laat ons eerlijk zijn: dezelfde partijen die vandaag plots verontwaardigd reageren wanneer queer personen slachtoffer worden van geweld door allochtone jongeren, zijn al jaren mee verantwoordelijk voor een klimaat waarin LGBTQ+-rechten systematisch worden geridiculiseerd, afgezwakt of weggezet als “woke activisme”. Je kan niet jarenlang regenboogvlaggen bespotten en vervolgens doen alsof je plots de grote verdediger van holebi’s bent zodra migratie in het verhaal opduikt.


Vlaams Belang doet dat al jaren bijzonder doorzichtig. De partij probeert zich steeds vaker voor te stellen als beschermer van “onze holebi’s” tegen een zogezegd achterlijke buitenlandse cultuur, maar tegelijk blijven mandatarissen openlijk neerbuigend spreken over LGBTQ+-zichtbaarheid. Toen Ninove besliste geen regenboogvlaggen te hangen tijdens IDAHOT en geen acties voor de LGBTQ+-gemeenschap wil organiseren, reageerde districtsraadslid Werner De Gres uit Wilrijk met de woorden: “Toch één gemeente waar ze die absolute rotzooi weren.”


Rotzooi. Dat is blijkbaar de terminologie waarmee een partij spreekt over zichtbaarheid van LGBTQ+-personen. Maar wanneer queer mensen vervolgens effectief slachtoffer worden van geweld door jongeren met een migratieachtergrond, moeten we plots geloven dat diezelfde partij hun veiligheid belangrijk vindt. Dit geeft weinig blijk van solidariteit, maar wordt louter gebruikt als politieke recuperatie.


Wie vandaag zwijgt, stemt morgen mee met de uitholling van rechten. Wie vandaag twijfelt aan de universaliteit van die rechten, moet zich niet afvragen waarom ze morgen ter discussie staan.

Ook de N-VA bevindt zich steeds vaker in dat dubbelzinnige verhaal. Minder grof, meer strategisch, maar daarom niet minder problematisch. Zo koos in Halle het stadsbestuur, onder N-VA-burgemeester Eva Demesmaeker, ervoor om tijdens IDAHOT geen regenboogvlag meer aan het stadhuis te hangen. Onder de noemer van ‘neutraliteit’. Alsof steun aan een minderheid plots een politieke provocatie geworden is. Maar neutraliteit werkt in de praktijk bijna altijd asymmetrisch. Wie zichtbaarheid van minderheden afbouwt in naam van neutraliteit, versterkt uiteindelijk gewoon de norm van de meerderheid.


En tegelijk profileert dezelfde partij zich steeds nadrukkelijker als verdediger van “verlichte Vlaamse waarden” tegenover conservatieve migrantengemeenschappen. Dat is het cynische aan het huidige debat: queerrechten worden niet consequent verdedigd als universele rechten, maar selectief ingezet afhankelijk van wie de tegenstander is.


Wanneer extreemrechtse politici regenboogvlaggen bespotten, heet dat gezond verstand. Wanneer allochtone jongeren queer personen aanvallen, worden LGBTQ+-rechten plots hét bewijs van de superioriteit van “onze waarden”. Maar rechten zijn geen cultureel wapen, ze zijn universeel of ze zijn niets.


Ja, er is een probleem van homohaat binnen bepaalde conservatieve migrantengemeenschappen. Dat ontkennen helpt niemand. De jongeren die queer personen aanvielen in Brussel of Turnhout moeten daar keihard op aangesproken en vervolgd worden. Punt.


Maar wat onder andere partijen als Vlaams Belang vandaag proberen te doen, is veel gevaarlijker: ze proberen homohaat exclusief te framen als een probleem van “de ander”, terwijl ze tegelijk zelf jarenlang bijdragen aan een politiek klimaat waarin LGBTQ+-zichtbaarheid verdacht wordt gemaakt. Dat zie je in het eindeloze anti-woke discours. In de obsessie met regenboogsymbolen. In het voorstellen van inclusie als indoctrinatie. In politici die zich drukker lijken te maken over een vlag aan een gemeentehuis dan over geweld tegen queer jongeren.


Homohaat in Vlaanderen vandaag heeft meerdere gezichten. Soms komt ze van religieus conservatisme, soms van extreemrechtse cultuurstrijd. Vaak versterken die twee elkaar zelfs. Wat we vooral niet mogen doen, is toelaten dat queer personen herleid worden tot pionnen in een identiteitsstrijd van rechts-nationalistische partijen. Want dan verdwijnt de essentie volledig uit beeld: mensen moeten veilig kunnen leven, zichtbaar kunnen zijn en zichzelf kunnen zijn zonder angst, niet alleen wanneer dat politiek goed uitkomt.


De echte test voor politici is namelijk niet hoe luid ze homohaat veroordelen wanneer de daders in hun ideologisch vijandbeeld passen, maar of ze ook consequent opkomen voor LGBTQ+-rechten in hun stemgedrag en politiek beleid. En precies daar vallen Vlaams Belang en steeds vaker ook N-VA compleet door de mand.


Wie vandaag zwijgt, stemt morgen mee met de uitholling van rechten. Wie vandaag twijfelt aan de universaliteit van die rechten, moet zich niet afvragen waarom ze morgen ter discussie staan.

Opmerkingen


bottom of page