top of page
  • Instagram
  • X
  • Facebook

The fading of the red, white and blue

Van de straten van Minneapolis tot een compound in Caracas en de instellingen in Washington: intimidatie wordt onder Donald Trump steeds vaker ingezet als instrument van macht in de Verenigde Staten. Het nieuwe jaar is amper begonnen, of de wereld wordt opnieuw geconfronteerd met een politieke stijl die elke vorm van fatsoen en terughoudendheid naast zich neerlegt. Wie denkt dat dit louter een Amerikaans fenomeen is, vergist zich. Ook bij ons worden de barstjes zichtbaarder.


Nauwelijks drie dagen ver in 2026 gaf de Amerikaanse president opdracht tot een militaire operatie in Caracas, gericht op de arrestatie van Nicolás Maduro. Maandenlang werd deze escalatie verbaal voorbereid, met verwijzingen naar de drug fentanyl als rechtvaardiging. In werkelijkheid draaide het natuurlijk om de immense Venezolaanse olievoorraden en regionale machtsbelangen. Opvallender dan de operatie zelf was echter de manier waarop ze werd aangekondigd: zonder diplomatieke omkadering, maar via openlijke intimidatie.



Ook binnen de Verenigde Staten richt Trump zijn intimidaties op de eigen bevolking. De raids die ICE-agenten al maanden uitvoeren op migranten tonen hoe repressief beleid gepaard gaat met doelbewuste beeldvorming. Die aanpak kostte spijtig genoeg het leven aan de 37-jarige Renee Good, die vanop korte afstand werd doodgeschoten door een van de agenten. Dat zij nadien ook nog eens werd bestempeld als “domestic terrorist”, past naadloos in een bredere communicatiestrategie die draait om afschrikking en delegitimisering.


Zelfs de Federal Reserve (FED), de centrale bank van de Verenigde Staten, bleef niet gespaard. Voorzitter Jerome Powell werd, al dan niet op aansturen van Trump, openlijk verbaal aangevallen, ditmaal onder het voorwendsel van de renovatie van het FED-hoofdkwartier. Al maanden staat Powell onder zware druk en wordt hij geïntimideerd om de rente te verlagen, wat Trump naar eigen zeggen noodzakelijk acht voor de economie. Deze aanvallen ondermijnen rechtstreeks de onafhankelijkheid van een fundamentele instelling.


Wat deze voorbeelden verbindt, is niet louter machtsmisbruik, maar een bewuste stijlkeuze. Macht wordt uitgeoefend via taal die dreigt, vereenvoudigt en polariseert. Intimidatie fungeert daarbij als communicatiemiddel. En deze strategie blijft niet beperkt tot de Verenigde Staten. Ook hier wint ze terrein. Denk aan de N-VA, die de rechterlijke macht probeerde te beknotten door rechters weg te zetten als “activistisch”; aan Conner Rousseau, die de Roma-gemeenschap viseerde tijdens een avond in café ’t Helmelrijk; of aan Georges-Louis Bouchez, die frontaal uithaalde naar een RTBF-journalist na een artikel over een parkeerkaart.


Hoewel we nog niet staan waar de Verenigde Staten vandaag staan, zijn de signalen onmiskenbaar. Dit is geen randverschijnsel, maar een wake-upcall. Wanneer dergelijke uitspraken onweersproken blijven of worden genormaliseerd, schuiven ze steeds verder op richting wat als legitiem politiek gedrag wordt beschouwd. En zodra intimidatie aanvaard wordt als een geldig machtsmiddel, brokkelt het respect voor de democratische spelregels af, eerst elders, daarna ook bij ons.


Daarom moet 2026 het jaar worden waarin we opnieuw beseffen dat verworven vrijheden geen vanzelfsprekendheden zijn, maar kwetsbare fundamenten die dagelijks verdedigd moeten worden. Willen we dat volgende generaties dezelfde rechten en vrijheden behouden, dan moeten we elke aanval daarop, groot of klein, kordaat en consequent beantwoorden. Doen we dat niet, dan vervaagt niet alleen het rood-wit-blauw in Amerika, maar ook ons eigen zwart-geel-rood.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page