top of page
  • Instagram
  • X
  • Facebook

Achter de celdeur: Ons gevangenissysteem staat op zijn breekpunt

Bijgewerkt op: 5 dagen geleden

Vijf maanden geleden begon ik als cipier met een duidelijke overtuiging: wie binnenkomt, moet beter buitengaan. Vandaag zie ik hoe die ambitie vastloopt in een gevangeniswezen dat overvol, onderbemand en uitgeput is. Onderzoek is helder: een strafsysteem dat inzet op controle maar begeleiding verwaarloost, ondergraaft zichzelf. Toch slagen zowel het federale als het Vlaamse beleidsniveau er voorlopig niet in deze crisis doortastend aan te pakken. Misschien moeten we durven kijken naar landen waar re-integratie wél centraal staat, zoals in Scandinavië.


De overbevolking stijgt jaar na jaar en intussen blijven structurele oplossingen uit. Zo belanden er soms acht mensen in een cel voor vier, dat is niet alleen mensonwaardig maar ook onveilig. Maar de impact stopt daar niet. Ook het personeel kraakt. Vacatures blijven openstaan, de werkdruk stijgt, en steeds minder mensen kiezen voor een systeem dat zichtbaar over zijn limieten gaat.



Telkens wanneer ik die zware gevangenisdeur achter mij dichttrek, verwacht je stilte. Wat je krijgt, is het gedreun van overvolle cellen, het geluid van een systeem dat onder zijn eigen gewicht bezwijkt. De cijfers spreken voor zich. In Belgische gevangenissen zitten vandaag ongeveer 13.400 gedetineerden, terwijl er officieel plaats is voor 11.182. Dat is een structurele overbevolking van bijna 25 procent. Meer dan 3.000 veroordeelden wachten thuis tot er een cel vrijkomt. Ruim 600 mensen slapen op een matras op de grond.


Overbevolking is bovendien slechts het symptoom. Veel gevangenissen kampen met verouderde infrastructuur: kapotte leidingen, slechte ventilatie, gebrekkige sanitaire voorzieningen. In sommige instellingen moeten gedetineerden ’s nachts een emmer gebruiken bij gebrek aan toilet. Daarnaast is er ook het drugsprobleem. Soms blijkt het makkelijker om binnen de gevangenismuren aan drugs te geraken dan daarbuiten, waardoor mensen clean binnenkomen en verslaafd vertrekken. Zulke omstandigheden voeden frustratie, verhogen agressie en maken van de gevangenis geen veilige leef- of werkomgeving.


Intussen blijft krachtig beleid uit. De federale regering kondigde maatregelen aan, zoals 2.000 extra plaatsen tegen 2030 en een versnelde uitstroom van kortgestraften. Tijdelijke pistes zoals gevangenisboten of het huren van cellen in het buitenland, creëren vooral heel veel nieuwe problemen. Extra infrastructuur vergt personeel dat er vandaag al niet is. Buitenlandse detentie brengt bovendien juridische en organisatorische complicaties mee. Dit maakt het systeem complexer zonder het fundamenteel te versterken. Ook op Vlaams niveau blijft het bij intenties. Elektronisch toezicht via enkelbanden wordt opgeschaald, maar stokt door personeelstekorten. Beleidsniveaus werken te vaak naast elkaar, terwijl samenwerking cruciaal is.


Onderzoek waarschuwt al jaren voor de gevolgen van een systeem dat opsluiting boven begeleiding plaatst. Een studie uit 2015 van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie wees op een recidivegraad van 57 procent, waarvan 72,5 procent binnen vijf jaar opnieuw feiten pleegt. In Scandinavische landen ligt dat percentage tussen 18 en 25 procent.


Wat kunnen we dan van die landen leren?

In Noorwegen, Zweden en Denemarken staat het normaliteitsprincipe centraal: het leven in detentie moet zo veel mogelijk lijken op het leven buiten de muren. Vrijheidsberoving is de straf; bijkomende ontberingen zijn niet het ultieme doel. Dat vertaalt zich in menswaardige infrastructuur, toegang tot onderwijs, werk en begeleiding.


Daarnaast kiezen Scandinavische landen voor kleinschalige en gedifferentieerde detentie, waarbij gedetineerden op basis van risico en noden in aangepaste regimes worden geplaatst, van open tot gesloten, met open instellingen zoals Bastøy Prison die sterk inzetten op verantwoordelijkheid en werk als opstap naar terugkeer. Ze investeren zwaar in hoogopgeleid personeel dat werkt volgens het principe van dynamic security, waarbij veiligheid groeit uit dagelijkse interactie en relatieopbouw.


Re-integratie start er vanaf dag één, met intensieve begeleiding rond verslaving, mentale gezondheid, opleiding en werk, in nauwe samenwerking met lokale diensten zodat huisvesting en perspectief klaarstaan bij vrijlating. Korte gevangenisstraffen worden bovendien vaak vervangen door alternatieven zoals elektronisch toezicht of behandeling, zodat detentie voorbehouden blijft voor wie daadwerkelijk een veiligheidsrisico vormt.


Willen we in België elementen van dit model invoeren, dan botsen we op een fundamenteel probleem: ons justitiebeleid is versnipperd. Bevoegdheden zijn verdeeld over verschillende niveaus, waardoor verantwoordelijkheid vervaagt en samenhang ontbreekt. Zonder geïntegreerde aanpak blijven structurele hervormingen fragmentarisch. Een duidelijke herfederalisering van Justitie is daarom, noodzakelijk om coherentie, slagkracht en verantwoordelijkheid opnieuw te bundelen.


Wonderoplossingen bestaan niet. Hervormingen kosten tijd. Maar stilstand is geen optie. Politici moeten kiezen voor structurele maatregelen: investeren in infrastructuur, personeel, begeleiding en alternatieve straffen die de druk verlichten. Hun verantwoordelijkheid is duidelijk: een systeem creëren dat veilig, menselijk en werkbaar is, voor gedetineerden én voor wie er dagelijks werkt. De tijd van halve maatregelen is voorbij. Wat nodig is, is daadkracht.

Opmerkingen


bottom of page