De angst voor vrije vrouwen
Het blijft een merkwaardig fenomeen in de Belgische politiek. We kijken graag naar het buitenland wanneer dat onze standpunten ondersteunt. Scandinavische onderwijsmodellen, internationale vergelijkingen, buitenlandse succesverhalen: politici verwijzen er voortdurend naar. Wanneer buitenlandse voorbeelden of wetenschappelijke aanbevelingen echter botsen met ideologische overtuigingen, dan gaat het plots over "cultuurverschillen", "waarden" of "maatschappelijke gevoeligheden". Dat zien we vandaag opnieuw in het debat over abortus.

Minister van Justitie Annelies Verlinden stelde voor om de wettelijke abortustermijn op te trekken van 12 naar 14 weken. Daarmee gaat ze expliciet niet mee in de aanbevelingen van het wetenschappelijk comité dat in opdracht van de overheid de Belgische abortuswetgeving onderzocht. Dat comité kwam tot de consensus dat een verlenging tot minstens 18 weken aangewezen is, onder meer om sociale ongelijkheid te verminderen en te vermijden dat honderden Belgische vrouwen jaarlijks naar Nederland moeten uitwijken voor zorg.
Uiteraard is abortus niet louter een wetenschappelijke kwestie. Het is ook een ethisch debat. Maar laten we dan eerlijk zijn. Zeg dan dat het over wantrouwen gaat. Wantrouwen in de vrouw. Wantrouwen in haar keuzes.
Geen enkele politicus zal openlijk zeggen dat hij of zij tegen vrouwenemancipatie is. Integendeel. Men wil de vrouw beschermen. Men wil zorgen voor de kwetsbare moeder. Men wil hulp bieden aan vrouwen die zich onveilig voelen of zich in moeilijke omstandigheden bevinden.
Maar precies daar schuilt het probleem. Steeds opnieuw wordt de vrouw voorgesteld als iemand die gered moet worden. Van armoede. Van een ongewenste zwangerschap. Van een gewelddadige partner. Van haar eigen onvermogen om keuzes te maken… blijkbaar?!
Ondertussen wordt de vrouw strategisch ingezet in het debat: de vrouw die zich onveilig voelt op straat wordt ingezet in migratiedebatten. De moeder die in armoede leeft of kampt met een verslaving wordt gebruikt als argument in discussies over jeugdbescherming. En de zwangere vrouw wordt een onderwerp in ideologische gevechten over abortus. Steeds opnieuw spreken anderen over haar. Zelden vertrouwt men haar volledig.
Het gevolg is een merkwaardige paradox. Enerzijds verwachten we dat vrouwen volwaardige burgers zijn. We verwachten dat ze studeren, werken, leidinggeven, stemmen en complexe maatschappelijke keuzes maken. Anderzijds twijfelen we er blijkbaar aan of ze een doordachte beslissing kunnen nemen over hun eigen zwangerschap.
Hoe kunnen we vrouwen als volledig gelijkwaardige burgers beschouwen wanneer we hen niet vertrouwen om een fundamenteel waardeoordeel te vormen over hun eigen leven, hun eigen lichaam en hun eigen vermogen om op een bepaald moment een kind op te voeden?
Ondertussen bestrijden we symptomen. We investeren in de bestrijding van kinderarmoede, verslavingszorg en jeugdhulp. Terecht. Maar we vergeten soms een fundamenteel principe: verantwoordelijkheid veronderstelt keuzevrijheid.
Een samenleving die wil dat ouders verantwoordelijkheid opnemen voor kinderen, moet mensen ook de vrijheid geven om bewust voor ouderschap te kiezen. Een samenleving die vrouwen als geëmancipeerde burgers beschouwt, moet vertrekken vanuit vertrouwen in plaats van wantrouwen. Dat vertrouwen lijkt vandaag steeds meer onder druk te staan.
Enerzijds horen we voorstellen om sneller in te grijpen bij kwetsbare zwangerschappen en kinderen al van bij de geboorte elders te plaatsen wanneer ernstige problemen worden verwacht. Anderzijds blijft men terughoudend om vrouwen zelf meer beslissingsruimte te geven bij het al dan niet voortzetten van een zwangerschap.
Dat is een opvallende tegenstelling. We lijken bereid om beslissingen over vrouwen te nemen, maar minder bereid om vrouwen zelf die beslissingen te laten nemen.
Het gaat over een fundamentele vraag: vertrouwen we vrouwen als autonome burgers?
Niemand zou nog maar mogen impliceren dat abortus een eenvoudige keuze is. Toch ligt de implicatie steeds achter een muurtje te loeren wanneer we het over abortus hebben. Er is nochtans uitgebreide documentatie over de fysieke en psychologische impact van abortus. Juist daarom verdient die keuze respect.
Het abortusdebat gaat uiteindelijk niet alleen over zwangerschapsweken. Het gaat over een fundamentele vraag: vertrouwen we vrouwen als autonome burgers?
Als het antwoord ja is, dan moeten we stoppen met vrouwen voortdurend te benaderen als mensen die gered, gestuurd of gecorrigeerd moeten worden. Dan moeten we erkennen dat emancipatie niet betekent dat anderen betere keuzes voor vrouwen maken.
En voor eens en altijd vrouwen als volwaardige burgers zien in plaats van vrouw-zijn te instrumentaliseren binnen politieke debatten.





Opmerkingen