Minister De Ridder, u moest zich schamen
Het nieuwe schooljaar is begonnen. Voor duizenden kinderen betekende 1 september opnieuw vrienden zien, een nieuwe klas en een frisse start. Maar voor heel wat leerlingen in het buitengewoon onderwijs betekende het ook opnieuw vroeg opstaan, uren op de bus zitten en pas laat thuiskomen. En net op hun vervoer wil de Vlaamse regering besparen.

Eind mei leefde heel Vlaanderen nog mee met het tragische busongeval in Buggenhout. Jongeren met een beperking waren onderweg naar school toen het noodlot toesloeg. Vier mensen verloren het leven, vijf kinderen werden in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht. In het Vlaams Parlement klonk toen eensgezindheid: het leerlingenvervoer voor kinderen en jongeren met een beperking moest veiliger, menselijker en beter georganiseerd worden.
Amper enkele maanden later klinkt een heel ander verhaal. Minister van Mobiliteit Annick De Ridder wil ongeveer 200 bussen schrappen in het leerlingenvervoer van het buitengewoon onderwijs. Voor duizenden leerlingen dreigen langere reistijden en voor ouders een nog grotere belasting.
Voor de N-VA lijkt harteloos besturen steeds vaker belangrijker dan de leefwereld van leerlingen, ouders en leerkrachten. Dat zien we niet alleen in het leerlingenvervoer. Ook het onderwijsbeleid van minister Zuhal Demir botst op kritiek vanuit het werkveld omdat maatregelen te weinig rekening houden met de dagelijkse realiteit op school.
Nochtans hoeft de N-VA maar haar eigen regeerakkoord uit te voeren. Daarin staat dat leerlingen in het buitengewoon onderwijs minder lang op de bus moeten zitten. Vandaag dreigt net het tegenovergestelde.
Vier uur per dag op een bus
Zelf bracht ik veertien jaar door in het buitengewoon onderwijs. Dagelijks zat ik ongeveer vier uur op de schoolbus. Om zeven uur 's morgens stapte ik op en pas rond half zeven 's avonds kwam ik thuis. Naschoolse hobby's waren onmogelijk. Afspreken met vrienden gebeurde zelden. Tegen de avond was de vermoeidheid vaak zo groot dat er weinig energie overbleef voor huiswerk of ontspanning. Sinds 1 september maken duizenden leerlingen opnieuw zulke ritten. Dag na dag.
Voor sommigen wordt die belasting zo zwaar dat een internaat de enige haalbare oplossing is. Niet omdat zij of hun ouders daarvoor kiezen, maar omdat urenlange busritten fysiek en mentaal niet vol te houden zijn. Maar ook internaten botsen op grenzen. Ze kampen met personeelstekorten en een tekort aan opvoeders.
Wetenschappelijk onderzoek toont bovendien aan dat lange vervoerstijden een negatieve invloed hebben op het welzijn, de concentratie en de leerprestaties van kinderen. Dat weegt nog zwaarder voor jongeren met een beperking, autisme, gedragsproblemen of medische noden. Zij hebben vaak nood aan structuur, rust en voorspelbaarheid. Lange busritten werken net het tegenovergestelde in de hand.
Inclusie stopt niet aan de schoolpoort
De Vlaamse regering spreekt graag over inclusie en gelijke kansen. Maar hoe geloofwaardig is dat wanneer leerlingen met een beperking dagelijks uren langer onderweg zijn dan hun leeftijdsgenoten?
Andere jongeren kunnen na school sporten, naar de jeugdbeweging of muziekles gaan en vrienden ontmoeten. Voor veel leerlingen in het buitengewoon onderwijs maken lange busritten dat onmogelijk. Ook ouders dragen al een zware last. Centrale opstapplaatsen worden naar voren geschoven als mogelijke oplossing. Maar hoe geraakt een kind met een zware fysieke beperking daar? Wat met ouders die vroeg moeten werken, alleenstaande ouders of gezinnen zonder aangepast vervoer?
Op deze bussen reizen kinderen met uiteenlopende ondersteuningsnoden. Sommigen gebruiken een rolstoel, anderen hebben medische hulpmiddelen of specifieke begeleiding nodig. Een bus schrappen is daarom niet zomaar een besparing op papier. Ook de begeleider is vaak veel meer dan iemand die toezicht houdt. Voor leerlingen kan die persoon een vertrouwd gezicht zijn dat rust, veiligheid en stabiliteit biedt.
Goed leerlingenvervoer is geen luxe-uitgave. Kortere ritten betekenen minder stress en vermoeidheid en meer kansen op therapie, hobby's en sociale contacten.
Niemand ontkent dat het leerlingenvervoer hervormd moet worden. Maar hervormen mag geen synoniem zijn voor afbouwen. Meer bussen. Kortere ritten. Voldoende begeleiding. Meer ondersteuning voor gezinnen. Na het drama in Buggenhout sprak de politiek over veiligheid, menselijkheid en respect. Nu de schoolbussen opnieuw iedere ochtend uitrijden, moeten die woorden worden omgezet in beleid.
Mooie woorden brengen geen enkel kind sneller thuis. N-VA maakt die keuze. En het is de verkeerde. Knibbelen op 50.000 kinderen? U zou zich moeten schamen.





Opmerkingen