top of page
  • Instagram
  • X
  • Facebook

De schaamteloze pretparkpolitiek

20 sep
4 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 2 okt

Bijna 90 miljoen euro. Laat dat bedrag even bezinken. Dat bedrag is wat politieke partijen in dit land jaarlijks opstrijken aan partijsubsidies. Je zou misschien naïef kunnen denken dat deze astronomische som gebruikt wordt voor de fundamenten van onze democratie, zoals diepgaand inhoudelijk werk op een studiedienst, het bestuderen van complexe maatschappelijke problemen, of het uitschrijven van wetsvoorstellen die ons land vooruithelpen.


Nee. De bittere realiteit is dat een aanzienlijk deel van deze middelen vloeit naar de organisatie van grootschalige, exclusieve, feesten en pretparkbezoeken. 


Om te begrijpen hoe we in deze situatie zijn beland, moeten we even terug in de tijd. Het Belgische systeem van partijfinanciering werd in de jaren negentig in het leven geroepen, in de nasleep van enkele grote corruptieschandalen zoals de Agusta-affaire. Het doel was nobel. Door partijen met belastinggeld te financieren, wilde men voorkomen dat ze afhankelijk werden van grote, private geldschieters en bedrijfslobby's. Het bedrag dat een partij krijgt, is sindsdien grotendeels gekoppeld aan het aantal behaalde stemmen. Maar de wetgever vergat wel om regels op te stellen over hóé dat geld besteed mag worden. Dit heeft geleid tot de realiteit van vandaag, waarbij partijen op een gezamenlijk vermogen van 125,5 miljoen euro zitten en dat geld inzetten voor doeleinden die ver afstaan van hun kerntaak.


Partij of evenementenbureau?

Kijk naar de manier waarop partijen hun leden vandaag in de watten leggen. Zowel Vooruit als N-VA huren hele pretparken af voor hun familiedagen. De deuren van Plopsaland zwaaien vandaag open voor partijleden. De kostprijs? In 2021 kostte het exclusief afhuren van dit park al exact €174.900. Gecorrigeerd naar de huidige, veel hogere ticketprijzen, spreken we vandaag over een factuur van ruim €304.500 aan belastinggeld. Terwijl een gemiddeld gezin van vier al snel richting de €200 kwijt is voor een dagje Plopsaland (met toegangstickets van ruim €56 per stuk), worden partijleden getrakteerd op een gratis all-inclusive uitje.


CD&V pakt het anders aan en spendeert tienduizenden euro’s aan belastinggeld om Sandra Kim, Aaron Blommaert, Mama's Jasje en Maarten Vancoillie op het podium te krijgen bij exclusieve ledenfeestjes.


Vooruit, N-VA en CD&V nodigen de leden uit voor hun evenementen.
Vooruit, N-VA en CD&V nodigen de leden uit voor hun evenementen.

De PVDA pakte afgelopen weekend dan weer uit met een tweedaags festival (ManiFiesta) met een vijftigtal artiesten. Voor de gelegenheid nodigde de partij ook Hasan Piker uit, een controversiële spreker die een slordige 50.000 à 100.000 dollar vraagt. Om leden vanuit het hele land te vervoeren, legde de PVDA bovendien massaal gratis bussen en treinen in. Dat werd mede gefinancierd met nóg meer subsidies verkregen via ondoorzichtige vzw-constructies, waar, oh toeval, exact dezelfde partijsoldaten de touwtjes in handen hebben.


Of het nu gaat om zo’n peperduur festival of om afgehuurde pretparken. Het probleem is niet dat partijen aan gemeenschapsvorming doen; ledenbinding is een legitiem onderdeel van ieder politiek systeem. Het probleem is dat publiek geld wordt ingezet als een agressief en peperduur marketinginstrument. Het creëert een financiële wapenwedloop waarbij partijen zich gedragen als evenementenbureaus. In plaats van kiezers te overtuigen met de scherpste maatschappelijke analyses, proberen ze loyaliteit af te kopen met gratis ritjes in de achtbaan en concerten. Dit ondergraaft de geloofwaardigheid van de politiek in een tijd waarin de begroting bloedrood kleurt en er van de burger grote besparingen worden gevraagd.


N-VA ministers nemen vandaag even pauze, want het begrotingstekort is niet zó belangrijk
N-VA ministers nemen vandaag even pauze, want het begrotingstekort is niet zó belangrijk

Het buitenland bewijst: het kan wél

Het kan wél anders, en daarvoor hoeven we niet ver te kijken. Het systeem moet op de schop en onze buurlanden tonen de blauwdruk voor een meer volwassen partijfinanciering.


Ten eerste moet het totale subsidiebedrag drastisch omlaag. Dat debat loopt al, maar verzandt telkens in politiek getouwtrek. Ten tweede moeten we, net zoals in Nederland, de middelen oormerken. Daar mogen partijen hun subsidies niet zomaar verbrassen aan pretparken. Het geld is er strikt opgedeeld en mag enkel gebruikt worden voor specifieke, democratisch relevante doeleinden, zoals de werking van de studiedienst, politieke scholing, de jongerenorganisatie en internationale netwerking. Ten derde kunnen we leren van Duitsland, waar overheidssteun deels gekoppeld is aan de inkomsten uit lidgelden. Dat dwingt partijen om écht grassroots steun te zoeken bij de bevolking, in plaats van te leven van gegarandeerde subsidies. Ten vierde is extra transparantie cruciaal, naar het voorbeeld van Kabinet Jetten, kunnen we naar het voorbeeld van het Dashboard partijfinanciering (partijfinanciering.nl) van Kabinet-Jetten. Sinds mei toont dit platform alle politieke inkomsten en donaties (vanaf €10.000) om belangenvermenging te voorkomen. Wanneer we via een dergelijk systeem volledige openheid kunnen garanderen, creëren we bovendien de ruimte om het huidige, strenge plafond voor donaties van maximaal €500 per jaar terug op te trekken. Zo kunnen partijen weer meer financiering uit hun medestanders halen in plaats van de staatskas, en vloeit er geen belastinggeld meer naar peperdure spektakels.


Het is tijd dat de pretparkpolitiek de deuren sluit. Politieke partijen zijn geen evenementenbureaus. Ze zijn geen pretparkdirecteurs en geen concertpromotoren. Laat ons de partijfinanciering hervormen zodat belastinggeld weer dient waarvoor het bedoeld is: het bouwen van een betere samenleving, niet het bouwen van een beter feestje.




Opmerkingen


bottom of page