top of page
  • Instagram
  • X
  • Facebook

Moet de overheid bepalen wat er met jouw grond gebeurt?

7 okt
5 minuten om te lezen

Afgelopen week keurde de Vlaamse regering het voorontwerp goed van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). Dat is het langverwachte plan van minister Brouns dat moet vastleggen hoe Vlaanderen zijn ruimte de komende decennia verdeelt tussen wonen, landbouw, natuur en bedrijvigheid. Dertigduizend hectare onbebouwde grond met een bouwbestemming wordt beschermd als open ruimte, vijftienduizend hectare wordt onherroepelijk landbouwgrond en vijftienduizend hectare natuur en bos. Tegen 2040 moet het bijkomend ruimtebeslag tot nul herleid worden.



Het klinkt als verstandig en broodnodig beleid, verpakt in de taal van duurzaamheid en klimaatrobuustheid. Echter onder die taal schuilt een aanname die zelden hardop wordt uitgesproken: dat het de overheid toekomt om via gewestplannen en ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP's) te beslissen welke bestemming een individuele lap grond krijgt. Niet de eigenaar, niet de markt, en niet de duizenden lokale afwegingen van mensen die er wonen, werken of willen bouwen leggen vast wat er met grondeigendom mag gebeuren, maar een beperkt aantal ambtenaren en politici in Brussel.


Dat is een verregaande bevoegdheid die we aan onze regering geven. Het verdient dan ook een fundamentelere kritiek dan enkel "het plan schiet tekort" of "er is te weinig overleg met lokale besturen". De vraag die we ons moeten stellen is: kan een instantie, hoe goedbedoeld ook, ooit over de volledige kennis beschikken om voor heel Vlaanderen te bepalen wat de juiste bestemming van elk stuk grond is?


Het kennisprobleem: waarom een plan altijd tekortkomt

De klassiek-liberale econoom Friedrich Hayek gaf hierop een antwoord dat weinig aan actualiteit heeft verloren. In The Use of Knowledge in Society (1945) toonde hij dat de kennis die nodig is om middelen efficiënt te verdelen, nooit op een centrale plek verzameld kan worden. Ze is verspreid over miljoenen individuen (eigenaars, ondernemers, bewoners, etc.) die elk lokale en vaak onuitgesproken kennis hebben over hun grond, hun behoeften en hun mogelijkheden. Prijzen zijn het mechanisme waarmee die verspreide kennis gecoördineerd wordt zonder dat iemand ze allemaal moet kennen. Centrale planners die denken dat ze met geaggregeerde statistieken een efficiëntere verdeling kunnen realiseren dan een markt, zijn volgens Hayek slachtoffer van wat hij later "de fatale hoogmoed" noemde: het geloof dat complexe, evoluerende systemen zich naar een vooraf bepaald ontwerp laten sturen.


Het BRV is daar een schoolvoorbeeld van. Het legt nu al vast dat Vlaanderen tegen 2040 netto nul bijkomende ruimte mag innemen. Het plan kan onmogelijk rekening houden met hoe vraag en aanbod in de toekomst zal evolueren. Terwijl de Vlaamse regering zelf erkent dat de wereld sinds het vorige ruimteplan (ondertussen al drie decennia geleden) ingrijpend veranderd is, trekt men daaruit de verkeerde conclusie. Hoe onvoorspelbaarder de toekomst, hoe meer centrale sturing er volgens onze politici nodig is. Een liberaal zou net het tegenovergestelde zeggen: hoe groter en veranderlijker de opgave, hoe minder een centraal orgaan in staat is die vooraf correct in te schatten. Men moet juist meer ruimte laten aan decentrale aanpassingen.


Belangrijk om hier eerlijk te zijn: Hayek was geen absolute tegenstander van elke vorm van regulering van grondgebruik. Hij liet uitdrukkelijk ruimte voor regels tegen hinder tussen buren. Een fabriek die lawaai of schadelijke uitstoot veroorzaakt naast een woonwijk is een reëel probleem. Het antwoord daarop is niet om door de overheid bestemmingen vast te betonneren om zoiets te voorkomen.


Hebben we echt een politiek plan nodig om ons van onszelf te beschermen?

Ten eerste horen we vaak een terechte bezorgdheid: "Ruimtelijke ordening bestaat om externe effecten op te vangen." Zoals hierboven vermeld kan een spontane ruimtelijke ordening er misschien voor zorgen dat er plots een schadelijke fabriek of een luide school naast je woning komt. Het antwoord van de vrije markt op hinder is echter niet om vooraf een bestemming voor heel Vlaanderen op te stellen en dit te proberen vermijden. Het is aansprakelijkheidsrecht en onderhandeling tussen de betrokken partijen. Dat pakt precies het probleem aan. Wat een bestemmingsplan nu doet is vrijwel alle grond in het Vlaamse gewest toewijzen aan een functie waarvan men zelfs niet weet of de grond op die manier de meest waardevolle bestemming krijgt.


"Vlaanderen is te dicht bebouwd en te versnipperd om aan de markt over te laten." Dit argument draait de geschiedenis om. Het klopt dat er vroeger geen gewestplan bestond, maar dat betekent niet dat er een vrije markt aan het werk was. Wat er wel was, was een lappendeken van lokale besturen die zonder enig algemeen kader per geval beslisten waar gebouwd mocht worden. In landelijk Vlaanderen gebeurde dat vaak via de goede connecties die men had met het lokale bestuur. Bovendien is het versnipperde landschap van Vlaanderen mede het product van een bewuste politieke keuze: naoorlogse CVP-regeringen moedigden actief de bouw van vrijstaande woningen in het buitengebied aan net om verstedelijking tegen te werken en het landelijke, parochiale karakter van Vlaanderen te behouden. Dat gebeurde in een tijd waarin de katholieke kerk in die dorpsgemeenschappen nog een dominante invloed had. De lintbebouwing die het BRV nu als probleem aanhaalt, is dus niet het bewijs dat de vrije markt faalt, het is het bewijs dat eerdere overheidsinterventie, gedreven door politieke en ideologische doelen, precies het resultaat opleverde dat nu als excuus dient voor nog meer centrale sturing.


Is er, ten derde, dan geen enkele rol voor een overheid? Jawel. Zeker als het gaat om natuurbescherming. Het kan een reële vrees zijn dat een vrije markt voor ons ruimtelijke ordening betekent dat we al ons natuur, bos, heiden of strand zullen verliezen. Dat neemt nog niet weg dat een centrale overheid moet plannen waar er best natuur moet zijn. Op plaatsen waar natuur het meest waardevol is, kan de overheid werken met het kunstmatig creëren van privaat eigendom. Natuurpunt koopt vandaag al gronden op om natuur veilig te stellen. Het is een vorm van overheidsingrijpen dat het minst de prijssignalen in een markt verstoort. De overheid biedt namelijk mee voor eigendom.


Wat een liberaal alternatief dan wel inhoudt

Niemand pleit voor een ruimtelijke vrijheid zonder enige regel. De vraag is welk soort regel. Een gewestplan of RUP zegt: deze grond krijgt bestemming X, punt. Een liberaal alternatief zorgt dat iedereen met zijn grond mag doen wat hij wil, zolang hij zijn buren geen aantoonbare, concrete hinder berokkent en de geschillen daarover per geval beslecht worden. Dat is het verschil tussen rule of law en rule by planning. Er zijn algemene regels die voor iedereen gelijk gelden in plaats van een overheid die per geval, per streek, per "deal met een lokaal bestuur" bepaalt wie wat mag.


Het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen presenteert zich als een antwoord op reële uitdagingen met schaarse ruimte, een groeiende bevolking en een veranderend klimaat. De vraag of een probleem reëel is, en de vraag of centrale planning het juiste antwoord erop is, zijn desalniettemin twee verschillende zaken. Wie decennia vooruit een kaart tekent van wat met andermans eigendom mag gebeuren, doet zich sterker voor dan de kennis die hij bezit.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page