top of page
  • Instagram
  • X
  • Facebook

Vandaag 2 procent, morgen 3: wie vertrouwt dit woonbeleid nog?

5 dagen geleden
3 minuten om te lezen

In september 2024 stelt de nieuwe Vlaamse Regering haar regeerakkoord voor. Een van de opvallendste maatregelen: de registratierechten voor de aankoop van de enige en eigen woning gaan van 3 naar 2 procent. Een goede maatregel. Zeker voor jonge mensen die hun eerste woning willen kopen. Want wie een huis koopt, moet niet alleen een lening kunnen afbetalen. Er moet ook vooraf een stevige som eigen geld op tafel komen voor registratierechten, notariskosten en andere kosten. Elke euro die daar niet naar de staat gaat, kan gebruikt worden voor de woning zelf.




Sinds 1 januari 2025 geldt dat tarief van 2 procent. Maar nog geen twee jaar later beslist diezelfde Vlaamse Regering om het opnieuw op te trekken naar 3 procent. Vanaf 2027 zijn we dus gewoon terug bij af.


1 procentpunt. Het klinkt bijna banaal. Maar wie een woning van 350.000 euro koopt, betaalt daardoor 3.500 euro extra. Geld dat jonge kopers opnieuw zelf extra op tafel moeten leggen. Rechtstreeks in de zakken van de staat. Alstublieft, dank u wel.


De reden? De Vlaamse begroting zit in slechte papieren en iedere minister moet op zoek naar geld. Alleen blijken bepaalde keuzes gemakkelijker dan andere. Voor de Smaakhaven in Antwerpen werd 38 miljoen euro Vlaamse subsidie uitgetrokken. Voor de Scheldebrug voor fietsers (waar niemand op zit te wachten) gaat het over honderden miljoenen euro's. Maar bij jonge mensen die hun eerste woning kopen, kan die ene procent blijkbaar plots niet meer gemist worden.


En dat is niet de enige bocht in het woonbeleid.


Neem het renovatiebeleid. Wie een woning met EPC-label E of F koopt, moet die vandaag binnen zes jaar renoveren tot minstens label D. Dat is een duidelijke verplichting die de overheid oplegt.


Daar stond jarenlang tegenover dat de overheid renovaties ook financieel ondersteunde. Niet omdat elke Vlaming recht zou hebben op een subsidie voor elke verbouwing, maar omdat Vlaanderen zelf mensen richting energetische renovaties stuurde.


Ook daar zijn de spelregels ondertussen veranderd. Sinds maart 2026 krijgen eigenaar-bewoners uit de twee hoogste inkomenscategorieën voor onder meer dak-, muur- en vloerisolatie en hoogrendementsglas geen Mijn VerbouwPremie meer. De EPC-labelpremie, waarbij je van de overheid een premie kreeg omdat je na afloop van de renovatie een meer energiezuinige woning aflevert, werd vanaf juli 2026 voor nieuwe renovatietrajecten eveneens afgeschaft.


Je kan perfect discussiëren over de vraag voor welke inkomens renovatiepremies nodig zijn. Dat moét zelfs. Ik ben er zelf allerminst van overtuigd dat de overheid renovaties moet subsidiëren. Maar daar gaat het mij niet om.

Het gaat om betrouwbaarheid.


Mensen kopen een woning, maken een financieel plan, sluiten een lening af, vragen offertes op en spreiden renovatiewerken soms over verschillende jaren. Ze doen dat op basis van het beleid dat de overheid voert. Wie halverwege dat traject de regels verandert, mag niet verbaasd zijn dat burgers steeds minder geloof hechten aan nieuwe beloftes.


Vandaag verlagen we de registratierechten. Morgen verhogen we ze opnieuw.


Vandaag stimuleren we een bepaalde renovatie. Morgen verdwijnt de premie. Vandaag kondigen we één kader aan, volgend jaar ziet dat kader er alweer anders uit.


Dat is geen stabiel woonbeleid. Dat is beleid per begrotingsronde. En als er een iets is wat op de woningmarkt essentieel is, is het voorspelbaarheid. Een huis kopen is voor de meeste mensen de grootste financiële beslissing van hun leven. Een woonlening loopt twintig tot vijfentwintig jaar. Renovaties kosten tot tienduizenden euro's. Jonge gezinnen moeten dus jaren vooruit durven plannen.


Als de overheid van die mensen verwacht dat ze investeren in hun woning en die energiezuiniger maken, dan mogen die mensen van diezelfde overheid ook iets verwachten: dat ze betrouwbaar is. Simpel.


Want de huizenmarkt staat ferm onder druk. Onze ouders en grootouders kochten hun eerste woning bij wijze van spreken bij een zak cornflakes. Vandaag kost een bescheiden huis al snel een nier en een halve long. Daarbovenop komen steeds meer voorwaarden, normen en kosten. Daarom moet een overheid rust en zekerheid brengen, in plaats van zelf voortdurend voor nieuwe onzekerheid te zorgen.


Minister Depraetere hoeft van mij niet voor iedere Vlaming een premie klaar te hebben. Ze hoeft zelfs niet iedere lastenverlaging eeuwig te garanderen. Maar wie vandaag keuzes aankondigt waarop jonge mensen hun financiële toekomst baseren, moet morgen niet doen alsof die beloftes nooit gemaakt zijn.


Wie van jonge mensen vraagt om op lange termijn verantwoordelijkheid op te nemen voor hun woning, moet zelf minstens langer dan één begrotingsjaar betrouwbaar kunnen zijn.

Opmerkingen


bottom of page